Een voorbeeld maakt het duidelijk. Sophie is voltijds administratief medewerker bij een Brussels bedrijf. In het weekend helpt zij in een wijkrestaurant. Dankzij de flexi-job is deze bijverdienste eenvoudig en legaal, en brengt die haar hoofdactiviteit niet in gevaar. Met de uitbreiding die vorige week in het parlament werd gestemd, zullen duizenden Belgen zoals Sophie hetzelfde kunnen doen over alle sectoren heen. Minister van Werk David Clarinval verheugt zich over deze stemming: zij concretiseert de keuze van de regering voor werk en autonomie, en komt tegemoet aan een reële vraag vanop het terrein, zowel van werkgevers als van werknemers en gepensioneerden. Deze regeling biedt ook een antwoord op de tekorten aan arbeidskrachten die veel sectoren afremmen. Na het nieuwe stelsel voor vrijwillige overuren en de herinvoering van de proefperiode, vormt deze hervorming een nieuwe belangrijke stap om onze arbeidsmarkt te flexibiliseren, werk lonender te maken en de competitiviteit van onze bedrijven te versterken.
Flexi-jobs vervangen de klassieke tewerkstelling niet
De flexi-jobs zijn een echt succes. In het derde kwartaal van 2025 oefenden meer dan 181.000 werknemers een flexi-job uit, voor een totaal van meer dan 212.000 contracten. In de loop van de zomer van 2025 is het aantal werknemers met een flexi-job met 16% toegenomen en het aantal flexi-jobs met 17% in vergelijking met het voorafgaande jaar. Deze toename is zichtbaar in alle sectoren, en de horeca blijft de voornaamste gebruiker. Gegevens van de RSZ bieden ook een antwoord op het voornaamste verwijt aan het systeem: 83 % van de flexi-jobbers hebben een hoofdactiviteit die minstens 95 % van een voltijdse betrekking bedraagt. Flexi-jobs vervangen de klassieke tewerkstelling dus niet. Zij vullen die aan, op vraag van de werknemers zelf. De hervorming maakt het mogelijk om een beroep te doen op flexi-jobs in alle sectoren, met respect voor de regels die gelden voor beschermde beroepen. Het systeem blijft aantrekkelijk: de werkgeversbijdrage blijft vastliggen op 28 % en het maximale jaarinkomen wordt gebracht op 18.000 euro.
Evaluatie een jaar na de inwerkingtreding
De sociale partners behouden een belangrijke rol met de mogelijkheid om flexi-jobs te omkaderen, te beperken of uit te sluiten op sectoraal niveau. Zij zullen flexi-jobs kunnen uitsluiten of reguleren via een opt-out, en opnieuw kunnen kiezen voor een opt-in als zij dat wensen. De tekst opent ook de mogelijkheid om het volume flexi-jobs te beperken tot een percentage van het totale werk in de zorgsector en de kinderopvang. De tekst brengt ook verduidelijkingen over het loonplafond: in de horeca wordt het flexi-loon vastgelegd op 21 euro per uur; in de andere sectoren is het plafond van 150 % enkel van toepassing op het basisloon, en niet langer op het hele flexi-loon met inbegrip van premies en vergoedingen. De flexi-jobbers zullen dezelfde toeslagen kunnen genieten als de andere werknemers, maar de kunstmatige premies die erop gericht zijn het systeem te omzeilen, blijven verboden. Er zijn ook pragmatische aanpassingen voorzien met betrekking tot uitzendkrachten en verbonden ondernemingen.
Flexi-jobs: hoe zat dat ook alweer?
- Tot op vandaag beperkt tot een aantal sectoren
- Flexi-werknemers werken minstens 4/5 als loontrekkende of zijn gepensioneerd
- Niet-gepensioneerde flexi-jobbers mogen max. 12.000 euro verdienen om te genieten van het fiscaal gunstregime
- Geen werknemersbijdragen, maar wel 28 % patronale bijdragen
- Flexi-loon = sectoraal minimumloon, behalve voor horeca en moet worden aangevuld met vergoedingen, zoals toeslagen en premies + 150%-regel als maximumloon
- Geen flexi-job bij dezelfde werkgever als je hoofdjob (ook niet ingeval van opzegtermijn)
- Geen flexi-job bij een verbonden onderneming
Wat is nieuw?
- Vanaf 1 juli 2026 flexi-jobs in alle sectoren
- Opgelet: sectoren kunnen in paritair comité (gedeeltelijke) opt-out of andere modaliteiten afspreken
- Bijsturing van een aantal voorwaarden
- Schrappen van verbod op verbonden onderneming: enkel wie voltijds werkt, niet voor 4/5
- Optrekken van het maximumbasisloon (150% – regel) > mimumbasisloon, exclusief bonussen/toelagen, wordt geplafonneerd op 150%
- Optrekken van max. flexi-loon in horeca naar 21 euro
- Fiscale vrijstelling van 12.000 naar 18.000 euro
David Clarinval, minister van Werk: “Wij zijn getuige van een mentaliteitswijziging op het vlak van werk. Een groeiend deel van de bevolking wil meer vrijheid in zijn loopbaan. Veel mensen willen meerdere activiteiten kunnen combineren, meer werken gedurende bepaalde periodes of een activiteit blijven uitoefenen na hun pensioen. Onze rol bestaat erin deze evolutie te begeleiden door een transparant en evenwichtig wettelijk kader te bieden dat mensen vertrouwt en hun keuzes valoriseert. De uitbreiding van de flexi-jobs speelt in op een zeer concrete realiteit op de arbeidsmarkt en beantwoordt aan een duidelijke vraag van de burgers. Veel sectoren ondervinden vandaag moeilijkheden om aan te werven. Deze hervorming biedt hen toegang tot gemotiveerde werknemers die er vrij voor kiezen om meer te werken. Met de flexi-jobs belonen wij werk en autonomie. Het gaat om een win-win-operatie: werkgevers kunnen extra personeel op een flexibele en rendabele manier aanwerven, terwijl werknemers en gepensioneerden een extra inkomen kunnen verwerven als zij dat willen. Onze economie wint aan arbeidsvolume en koopkracht.”
“Dit is fantastisch nieuws. Flexi-jobs zijn voor veel ondernemers een noodzakelijk instrument om hun zaak draaiende te houden. Op drukke momenten maken flexi-jobs vaak het verschil tussen klanten helpen of klanten moeten weigeren. We zijn dus bijzonder tevreden dat die uitbreiding nu eindelijk is goedgekeurd. Alleen had dit niet zolang mogen aanslepen. Het flexi-seizoen is intussen officieel gestart en ondernemers moesten de voorbije weken plannen zonder volledige rechtszekerheid. Het belangrijkste is dat die zekerheid er nu is, maar ze had er beter voor de start van het seizoen gelegen. Hiermee vervult deze regering een belangrijke belofte uit het regeerakkoord rond het flexibiliseren van de arbeidsmarkt. Een logische stap wat ons betreft, want het onderscheid tussen sectoren was geheel onlogisch. De volgende stap is het systeem nu openstellen voor zelfstandigen”, alsdus Bart Buysse, gedelegeerd bestuurder van UNIZO.











