Interieur Unie was betrokken bij de eerste gesprekken over de hervorming van de Consumentenombudsdienst (COD). Als federatie stellen we echter vast dat we sindsdien nog weinig vernemen over de verdere uitwerking van de plannen. Dat baart ons zorgen, want de impact van deze hervorming kan op korte én lange termijn aanzienlijk zijn voor de professionele interieur- en meubelsector. Daarom heeft Interieur Unie haar bezorgdheden opnieuw onder de aandacht gebracht van de bevoegde beleidsmakers. Intussen werden gelijkaardige bezorgdheden ook publiek geuit door UNIZO, wat aantoont dat dit dossier leeft binnen de brede ondernemerswereld.
Eerlijke verdeling van de lasten
Een van de meest ingrijpende wijzigingen is de financiering van de hervormde Consumentenombudsdienst. Vanaf 2027 zal een onderneming een forfaitaire bijdrage van 250 euro per afgehandeld consumentendossier moeten betalen. Bij dossiers met een waarde van meer dan 50.000 euro of wanneer de behandeling wegens de complexiteit van het dossier wordt verlengd, loopt dat bedrag op tot 500 euro. Voor de consument blijft de procedure volledig gratis.
Interieur Unie vreest dat deze eenzijdige kostenverdeling het evenwicht tussen rechten en plichten verstoort. Ondernemingen dragen niet alleen de administratieve lasten en tijdsinvestering van een bemiddelingsprocedure, maar betalen ook de forfaitaire dossierkost, ongeacht de uitkomst van de behandeling. Voor de consument is er daarentegen geen enkele financiële drempel om een ontvankelijke klacht in te dienen. Tom Steenhoudt: “Wij onderschrijven het principe van ‘de vervuiler betaalt’, maar dan moet ook het evenwicht tussen rechten en plichten behouden blijven. Een systeem waarbij de ondernemer standaard betaalt en de consument kosteloos een procedure kan opstarten, dreigt het aantal – ook minder gegronde – klachten sterk te doen toenemen. Daarom pleit Interieur Unie voor een beperkte instapdrempel voor de consument, zodat de ombudsdienst toegankelijk blijft voor terechte klachten én tegelijk werkbaar blijft voor alle betrokken partijen.”
Nood aan sectorspecifieke expertise
Daarnaast vraagt Interieur Unie aandacht voor de inhoudelijke behandeling van geschillen. Onze ervaring leert dat bemiddelingstrajecten in meubeldossiers vaak veel tijd en middelen vergen, zonder garantie op een oplossing. Een correcte beoordeling vereist kennis van materialen, productieprocessen, plaatsing en normaal gebruik. Die sectorspecifieke expertise ontbreekt vandaag vaak binnen de algemene bemiddeling van de Consumentenombudsdienst. Ook onze ervaringen binnen de voormalige Geschillencommissie Meubelen tonen aan hoe belangrijk gespecialiseerde vakkennis is. Daarom pleit Interieur Unie ervoor om naast bemiddeling ook te voorzien in een gespecialiseerde kamer Interieur, waar geschillen door deskundigen uit de sector kunnen worden beoordeeld. Dat verhoogt de kwaliteit, efficiëntie en rechtszekerheid van de behandeling.
Interieur Unie blijft uw belangen verdedigen
Interieur Unie blijft dit dossier van nabij opvolgen en zal de belangen van de professionele interieur- en meubelsector actief blijven verdedigen. Wij blijven in overleg met de bevoegde beleidsmakers om tot een hervorming te komen die zowel consumenten als ondernemingen op een evenwichtige en rechtvaardige manier behandelt.











