U bevindt zich in het consumentengedeelte van de website

Tony Ponsaerts: ‘Het belangrijkste merk zijn we zelf’

Meubi-connect is een digitaal B2B-platform waar retailers en fabrikanten snel, overzichtelijk en visueel zaken kunnen doen.

Dit jaar bestaat Meubelen Ponsaerts zestig jaar. Tony Ponsaerts, zoon van de stichters, zit al 43 jaar in het vak en praat ons bij over de huidige situatie in de meubelbusiness, de elektriciteitsfactuur, kortingen en zijn kijk op de toekomst.

Door Veerle Windels

 

Zestig kaarsjes uitblazen: het is een mooie gedachte. Maar de huidige situatie leent zich er niet meteen toe. Net als in de hele meubelsector voelt ook Tony Ponsaerts van Meubelen Ponsaerts uit Rillaar dat het moeilijke tijden zijn. Na twee heel sterke coronajaren wist de zaakvoerder dat die hausse niet kon blijven duren, maar ‘sinds februari komen nauwelijks bezoekers op de winkel af’, zegt Tony wiens winkel in het midden tot midden-hoog segment zit. ‘De verkoop is heel de zomer bijzonder slecht geweest. Dramatisch zelfs. Mensen houden de knip op de portemonnee en zijn enkel op zoek naar koopjes. We hebben wel meer toonzaalmodellen verkocht dan anders, maar de totale verkoop is ondermaats. Ik maak me dus zorgen voor het najaar.’

Wat kan u veranderen of aanpassen om dat verval aan te pakken?

Tony: ‘Ik zou niet weten wat ik kan aanpassen. Ik ben 43 jaar bezig en heb dit nooit meegemaakt. Maar aan factoren die buiten onze macht vallen, kunnen we weinig doen. De energierekeningen swingen de pan uit. Als klanten daar 1.000 euro extra voor nodig hebben, geven ze die niet aan een mooi salon, een bed of een tafel. Dan is er ook het fenomeen van de onrealistische prijsstijgingen van onder meer de grondstoffen. Daardoor wordt ons product voor een grotere groep onbereikbaar. Het voelt aan alsof we tussen muren gevangen zitten. Dit heb ik nooit zo extreem meegemaakt.’

Kan u uw gas- of elektriciteitsfacturen eens concreet maken?

Tony: ‘Gas is bij ons niet van toepassing, want we verwarmen met mazout, maar elektriciteit is een ander paar mouwen. We hadden tot en met juni een vast contract bij Engie, wat vijf jaar gelopen had. In juli is de prijs maal 4 gegaan, in augustus nog eens verdubbeld. Dat betekent dat we van juni naar augustus maal 8 gaan. Ik ken de officiële prijzen niet, maar ik ga er nu wel naar op zoek. Het is ook niet dat je die dagelijks overal vindt, hé. Stilaan wordt het onhoudbaar, die meerkost is op jaarbasis goed voor een personeelslid. Ik heb wel een contact voor zonnepanelen, we gaan die op een deel van het dak leggen, zodat we een deel van onze elektriciteit zelf kunnen opwekken. Misschien zou Navem initiatieven kunnen lanceren om een groepsaankoop te realiseren. Want veel winkeliers zitten uiteraard in het zelfde schuitje en momenteel helpen toch alle beetjes.’

Gaat u anders aankopen door de daling in verkoop?

Tony: ‘We zullen voorzichtiger aankopen, minder experiment toelaten en meer naar de prijs kijken. We gaan ook kijken naar hoe de fabrikant zich de voorbije maanden gedragen heeft. Zonder namen te noemen, wil ik toch even zeggen dat het niet echt geapprecieerd wordt om bovenop het afgesproken bedrag plots coronabijdrages en energiebijdrages te zien staan. Sommige fabrikanten willen dat zelfs met terugwerkende kracht invoeren. Ik accepteer dat in elk geval niet. Wij moeten ons als winkelier tegenover de klant ook houden aan de afgesproken prijs op de bestelbon. We kunnen niet zomaar zeggen dat er centen bijkomen.’

Plant u bepaalde extra events of gaat u op een andere manier proberen om uw klant terug naar de winkel te krijgen?

Tony: ‘Ik heb aan ons reclamebureau de opdracht gegeven om in te zetten op acties. In de meubelsector is er maar één ding dat werkt: kortingen. We verkopen allemaal voor 80 procent hetzelfde, dus mensen vergelijken prijzen. En op het eind van de rit is er slechts één ding dat telt: wat betaal ik netto? De mensen zijn daar nuchter in. Geeft de fabrikant twee kussentjes bovenop de zetel, dan vragen ze aan ons wat wij nog kunnen doen. Wie nooit in een winkel heeft verkocht, kan dat niet inschatten. Meubelen hebben een andere gevoeligheid dan een auto, een stuk chocolade of een jurk. Er wordt hier voor elk stuk dat we verkopen onderhandeld door die klant.’

Jullie verkopen niet online, maar hebben wel een verzorgde website, zonder evenwel duidelijk de merken bij de foto’s te zetten. Allemaal bewuste keuzes?

Tony: ‘Ik wil mijn klanten de volle service geven, van bij de eerste oriëntatie in de winkel tot bij de levering thuis en de montage. Dat kan je allemaal niet op een website. Bovendien zou je online kunnen verkopen als je cash & carry spullen verkoopt. Maar in ons geval hebben banken vaak verschillende armleuningen, zitdieptes- en hoogtes. Begin daar maar eens mee online. Voor een kleine KMO als de onze is dat onbegonnen werk. Wat wel interessant is, is hoe Habufa het regelt: klanten kunnen bij hun site online gaan checken wat ze willen en worden doorgestuurd naar de winkelier die het product in huis heeft. In elk geval mag een online-verkoop er nooit toe leiden dat de dealer buiten spel gezet wordt.’

‘En wat de merken op onze site betreft: die zetten we stilletjes onderaan, nooit bij de foto. We zijn als Meubelen Ponsaerts het belangrijkste merk. We zijn een referentie in de streek en ver daarbuiten.’

Jullie zijn inmiddels niet meer open op zondag in de maanden mei, juni en september. Dat is ook een heikel punt in de branche.

Tony:  ‘Ik ben daar vijf jaar geleden mee gestart in de hoop dat vele winkeliers mijn voorbeeld zouden volgen. Het bezoek op zondag is echt niet meer wat het is. Meubeltoerisme is verdwenen. Tijdens corona werkten we op afspraak en hebben we geen enkele afspraak op zondag gezet. Niemand had daar problemen mee, wat toch veel zegt. Wie wil trouwens nog werken op zondag?’

Is het zo erg?

Tony: ‘Het is mijn eerste vraag bij een sollicitatie: bent u bereid om in het weekend te werken? Ik hoor dat het bij collega’s en bij vertegenwoordigers ook van dat is. Als we nu allemaal zouden overeenkomen om te sluiten op zondag, dan zouden we al heel andere profielen kunnen kiezen. Nu kan je enkel nemen wie wil werken, ze moeten niks kunnen. Bovendien: het zou een dag elektriciteit en verwarming uitsparen.’

‘Onze sector werkt nog zoals in de jaren 1960 en 1970. We moeten van alles gratis doen. We moeten altijd beschikbaar zijn, ’s avonds en in de weekends ook. Dat wordt altijd maar van ons verwacht. Welnu, dat gaat niet. Als sector geven we veel te makkelijk toe. Bovendien doen we elkaar graag de duivel aan, zodat ons rendement in elkaar stuikt. Ik heb niet zomaar een wonderoplossing voor handen, maar we zouden al die dingen als sector, gezamenlijk dus, kunnen aanpakken. Dan zouden er trouwens minder zaken verdwijnen. Wat nu, helaas, te gebeuren staat.’

Ponsaerts Meubelen is ook een familiebedrijf. Staat de volgende generatie al klaar?

Tony: ‘Dat gaat moeilijk zijn. Mijn oudste kind is twaalf jaar. Ik ben een laatbloeier. Maar ik ben nog lang niet van plan om te stoppen. (lacht)’

Deel:

Facebook
Twitter
Pinterest
LinkedIn