U bevindt zich in het consumentengedeelte van de website

Onze uitgaven zijn veranderd door thuiswerk en corona: hieraan spenderen Belgen hun budget

Meubi-connect is een digitaal B2B-platform waar retailers en fabrikanten snel, overzichtelijk en visueel zaken kunnen doen.

We gaan meer op restaurant, ondanks de duurdere winkelkar. Dat blijkt uit nieuwe cijfers. Het valt vooral op hoe hard de coronacrisis nog altijd doorwerkt in de manier waarop we ons geld besteden, zo meldt Het Nieuwsblad.

De coronacrisis heeft blijvende effecten op de uitgaven van de Belgische huishoudens. Dat blijkt uit de meest recente editie van de tweejaarlijkse huishoudbudgetenquête, die door het Belgische statistiekbureau Statbel is gepubliceerd. Zo is het opvallend dat we relatief gesproken nog altijd minder aan transport uitgeven dan voor de covidcrisis. En dat ondanks de stijging van de prijs voor benzine en diesel. De oorzaak is duidelijk: doordat thuiswerken massaal is doorgebroken, geven consumenten minder uit aan treinkaartjes en tankbeurten. In 2018 ging 11,4 procent van het budget op aan transport, vorig jaar was dat 10,8 procent. Weliswaar meer dan in het coronajaar 2020, toen de economie maandenlang op een zeer laag pitje draaide, maar het percentage is dus niet teruggekeerd naar het precoronaniveau.

Hetzelfde geldt ook voor het budget dat aan kleding en schoenen wordt besteed. In 2020 stuikte dat fors ineen, omdat de winkels toen lange tijd gesloten waren en consumenten door de zorgelijke omstandigheden weinig animo toonden voor de vernieuwing van hun garderobe. Maar ook nu de coronazorgen voorbij zijn, is het kledingbudget nog niet volledig hersteld. Het bedraagt 4 procent van alle uitgaven, terwijl dat in 2018 nog 4,6 procent was. Zelfs in absolute zin geven we minder uit aan kleding en schoenen, ondanks een forse stijging van het totale te besteden bedrag.

Investeren in interieur

Ook bij de uitgavencategorieën waarvan het relatieve aandeel gestegen is, blijkt de link met de coronacrisis nooit ver weg. De uitgaven aan meubelen en huishoudtoestellen schoten in het crisisjaar 2020 de hoogte in, en bleven ook vorig jaar hoger dan voor covid. Toen we in 2020 voor langere tijd binnen moesten blijven, gingen heel wat huishoudens investeren in hun woning en hun interieur. Die trend lijkt nog niet voorbij. Ook opmerkelijk is dat het budget voor horeca-uitgaven nu hoger is dan voor de crisis. Ondanks zorgen over de inflatie en de koopkracht bespaart de Belg dus niet op buitenshuis eten en drinken. Dat komt waarschijnlijk doordat de ‘knaldrang’ die na de lockdowns tot een uitbundig uitgavenpatroon leidde, voor een deel een blijvend effect heeft gehad. Van ons geld gaat nu 7 procent op aan restaurant-, hotel- en cafébezoek, vóór de pandemie was dat 6,6 procent.

Ondanks de berichten over hoge voedingsinflatie, blijft het deel van het budget dat in de kassa verdwijnt van de supermarkt, de bakker en de groentewinkel min of meer constant. Tijdens de coronacrisis was het gestegen, omdat de horeca dicht was, maar vorig jaar week het nauwelijks af van het aandeel in 2018. Het idee dat we door de duurdere winkelkar op andere dingen moeten besparen, wordt door die cijfers dus ontkracht. Een verklaring kan wel zijn dat de hogere prijzen gecompenseerd werden omdat we prijsbewuster zijn geworden. Misschien zijn we naar goedkopere supermarkten gegaan, of hebben we meer huismerken gekocht.

In absolute zin hadden de Belgen vorig jaar aanzienlijk meer te besteden dan voordien. Gemiddeld gaf een Belgisch huishouden 40.223 euro uit. Dat was 12 procent meer dan in 2018, wat natuurlijk veel te maken heeft met de inflatiecorrectie van de lonen en uitkeringen. In absolute getallen steeg het jaarbudget met 4.459 euro. De Vlaamse gezinnen gaven 2,3 procent meer uit dan het Belgische gemiddelde, de Waalse 3,8 procent minder. Het verschil in welvaartsniveau komt ook tot uiting in het relatieve belang van de uitgavencategorieën. De Walen besteden een kleiner deel van hun budget aan voeding, kleding en horeca, maar een groter deel aan wonen en transport. Dat laatste kan te maken hebben met de bedrijfswagens, die in Vlaanderen talrijker zijn dan in Wallonië.

Iedereen aan de airconditioning?

De cijfers zijn ook uitgesplitst per inkomenscategorie. Zo geven de 25 procent gezinnen met de laagste inkomens jaarlijks 14,2 procent uit aan voeding en drank, tegen 13,9 procent voor de 25 procent best verdienende huishoudens. De laagste inkomensgroep besteedt 4,9 procent in de horeca, voor de hoogste groep is dat 8,4 procent. Aan wonen en nutsvoorzieningen is de laagste groep 38,2 procent van het budget kwijt, de best verdienenden besteden daar 26,2 procent aan.

In de enquête wordt ook gepeild naar het bezit van allerlei toestellen. Zo blijkt 99 procent van de gezinnen over een gsm of smartphone te beschikken, maar nog slechts 51 procent over een vast telefoontoestel. Vier jaar geleden bedroeg dat laatste cijfer nog 64 procent. Opvallend is de opkomst van airconditioners: 7 procent heeft een vaste installatie en 11 procent een mobiele. Vier jaar geleden was dat respectievelijk 3 en 5 procent. De auto wint nog altijd aan populariteit: 84 procent van de huishoudens heeft er één. Vier jaar geleden was dat nog 81 procent. Van alle gezinnen heeft 19 procent een hond en 26 procent een kat.

De cijfers zijn gebaseerd op een enquête onder 5.000 huishoudens. De resultaten worden onder meer gebruikt als input voor de actualisering van de indexkorf, en voor de schatting van de bestedingen van de huishoudens van de nationale rekeningen.

Deel:

Facebook
Twitter
Pinterest
LinkedIn