U bevindt zich in het consumentengedeelte van de website

Morres Wonen en de pop-up in Kemzeke

Meubi-connect is een digitaal B2B-platform waar retailers en fabrikanten snel, overzichtelijk en visueel zaken kunnen doen.

Interview met Walter Van de Griendt (Morres Wonen)

Sinds een week vinden bezoekers aan de Verbeke Foundation in Kemzeke niet alleen hedendaagse kunst in een van de serres. Dat komt door een ludieke actie van de zaakvoerder van Morres Wonen uit het Nederlandse Hulst. Die opende een pop-up in het kunstencentrum. ‘Het gaat me echt niet om hier geld te verdienen’, aldus Walter Van de Griendt. ‘Deed ik het alleen voor de centen, dan had ik alweer moeten sluiten.’

Door Veerle Windels

 

Nederlander Walter Van de Griendt was tijdens de lockdown met zijn hond aan het wandelen, toen hij een kunstzinnige buur tegen het lijf liep. Het gesprek ging over kunst en design. Niet veel later trok Van de Griendt weer huiswaarts met de gedachte een deel van zijn winkel naar de Verbeke Foundation in Kemzeke te verhuizen. Een unieke plek in de natuur, een privé-initiatief waar kunst de volle ruimte krijgt. De Foundation ligt nauwelijks twee kilometer van Morres Wonen vandaan. Maar wel aan de Belgische kant van de grens, waar de niet-essentiële winkels tot nader order nog steeds open mogen zijn. ‘Ik kreeg het idee op een woensdagmorgen en op zaterdagmiddag hadden we het gerealiseerd’, vertelt Walter aan de telefoon. ‘Een huzarenstukje maar ook niet zo moeilijk, want mijn winkel telt 40.000 vierkante meter, terwijl het in Kemzeke om nauwelijks 400 vierkante meter gaat. Acht vrachtwagens klaarden de klus.’

Waar haalde u het idee vandaan?

WvG: ‘Kunst en cultuur zitten in mijn dna en dat van de winkel. Ik heb bij Morres Meubel altijd expo’s gebracht. Panamarenko en Herman Brood om er maar twee te noemen. We deden signeersessies met Sergio Herman en Pascale Naessens. Dat zorgt allemaal voor een bijzonder gevoel in de winkel. Ik heb twintig jaar voor De Bijenkorf gewerkt, heb ook een verleden in hospitality en kom je dan in de retail terecht, dan neem je al die ervaring mee. Wij zijn een department store, we zetten in op innovatie en inspiratie. We verkopen al lang geen spullen meer, wel een verhaal, een beleving. Ik ken Geert Verbeke van de Foundation trouwens al langer, we organiseerden in de Foundation drie jaar terug een bedrijfsfeestje, dus een samenwerking kon niet uitblijven.’

U dacht toch ook: lekker de winkel verleggen naar de andere kant van de grens zodat we verder zaken kunnen blijven doen?

WvG: ‘Eerlijk: we hebben de voorbije week erg veel leuke babbels gehad met een pak trouwe Belgische klanten die al naar Kemzeke zijn komen kijken. Draaide het alleen maar om omzet, dan moet ik er vandaag nog mee stoppen. Ik weet dat enkele Vlaamse collega’s de pop-up niet leuk vinden, maar zelf creatief zijn en ten dienste staan van je klanten en je mensen, dat is toch de essentie. Maar nogmaals: als je op dit soort projecten een exploïtatiebegroting zet… dat brengt je niks bij.’

Waarom doet u het dan wel?

WvG: ‘Voor mijn vaste klanten, maar ook voor mijn team. Er staan daar dagelijks drie mensen op de vloer. Iemand die de klanten oppikt aan de ingang van het museum en twee collega’s die de klanten in de winkel te woord kunnen staan. We doen dat met een beurtrol zodat niemand van het personeel thuis moet zitten. De energie van zo’n project werkt aanstekelijk. Echt waar. Ook bij de journalisten trouwens, want de publiciteit die we voor de pop-up krijgen is enorm. Eindelijk eens geen kommer en kwel. Eindelijk positief nieuws.’

Een paar Belgische meubelhandelaren dacht wel meteen dat u misschien te ver gegaan was en niet de juiste vergunningen had?

WvG: ‘Ik heb uiteraard alles gecheckt. Wat zeg ik: ik heb de burgemeester van Hulst en van Kemzeke gebeld, heb daarna mijn plan voorgelegd aan een Vlaamse jurist om uiteindelijk te horen dat ik op vlak van ‘bestemming’ en ‘kleinhandel’ helemaal in orde was. Mijn actie is niet eens vergunningsplichtig. Uiteraard gebeurt alles er coronaproof, wat inhoudt dat bezoekers op afspraak komen, iets wat eigenlijk niet eens moest. Ik hou het opzettelijk klein. Maximaal een 8-tal mensen tegelijk, zodat iedereen op zijn gemak rondloopt.’

Hoelang wil u de pop-up openhouden?

WvG: ‘Ik denk tot midden februari. De meeste mensen die willen komen, zullen tegen dan wel gekomen zijn. Een expo moet je ook niet te lang laten duren. Na een maand is de aardigheid ervan af.’

Heeft u iets geleerd van de pop-up?

WvG: ‘Zeker weten. In de winkel in Hulst staan de trendboxen van Bart Appeltans verspreid, ik denk dat ik ze ga samenzetten, dan kan je ze echt niet missen. Waarom niet één trendcluster maken op pakweg 300 vierkante meter. Zou een statement zijn.’

Morres Wonen is de meest Vlaamse winkel van Nederland, wordt wel eens gezegd.

WvG: ‘Met heel veel trouwe fans inderdaad. Maar dat is ook omdat er bij ons altijd wel iets gebeurt. De baas van INRetail zou ooit: Walter heeft geen winkel, wel een café. Morres is een destination store. Een plek waar ik al mijn ervaring elke dag weer toets aan de realiteit.’

Deel:

Facebook
Twitter
Pinterest
LinkedIn