Leden

U bevindt zich in het professionele gedeelte van de website

De Tijd: ‘Gouden tijden voor familiale meubelverkopers zijn voorbij’

De Belg die op zondag aan meubeltoerisme deed, heeft meubelketens als Vastiau-Godeau en Heylen groot gemaakt. Maar e-commerce en spaarzamere klanten zijn een nieuwe realiteit. Voor familiebedrijven is het aanpassen of verdwijnen, als De Tijd.

Na 102 jaar verdwijnt een stukje meubelgeschiedenis. De meubelwinkel Vastiau-Godeau uit Beersel vraagt het faillissement aan. Dat deden afgelopen zomer ook de vijf winkels van Heylen. Verberckmoes sloot zijn vestiging in Riemst bij Tongeren.

Eric Vastiau, de eigenaar van Vastiau-Godeau, gaat niet in op vragen, maar in de sector is te horen dat er opvolgingsproblemen waren. De keten draait ook al tien jaar met verlies. Ook Heylen verteerde een generatiewissel slecht. ‘Mijn zoon liet zich bijstaan door heel slechte raadgevers’, sakkerde oprichter Denis Heylen na de sluiting in de pers.

Volk lokken

De sector, die in 2022 goed was voor een totale omzet van 4,9 miljard euro, is fel veranderd. In de gouden jaren 80 en 90 trokken tienduizenden Belgen op zondag naar vier, vijf, zes of meer meubelzaken. ‘Meubeltoerisme’, noemde de jonge Marc Verberckmoes het destijds. De intussen 65-jarige meubelondernemer maakt zich op voor een generatieoverdracht, maar de door hem uitgevonden term is al lang met pensioen.

Er zijn wel twintig redenen waarom het middensegment onder druk staat. Meer singles, huizen worden kleiner en goedkoop winkelen is geen schande meer.

Marc Verberckmoes (Meubelen Verberckmoes): ‘Tegenwoordig doorzoeken de mensen de websites, digitale kanalen rn webshops van meubelwinkels en beslissen ze zo naar welke winkel ze gaan’, zegt Tom Steenhoudt van de sectorfederatie Interieur Unie. ‘Een slimme digitale strategie is nodig om volk naar je winkel te lokken. Maar fysieke winkels blijven belangrijk. Als mensen meer dan 1.000 euro spenderen, willen ze het product zien.’ De ketens die recent verdwenen, misten de digitale boot, zeggen meerdere van hun sectorgenoten.

De bedrijven mispakten zich ook aan de veranderde consument. Die koopt goedkoper dan vroeger. Ketens als de Zweedse meubelreus IKEA pikten hun deel van de taart in en sinds kort is er de Deense keten Jysk, met intussen al 57 winkels.

Kinderen haken af

‘Het doet ons geen deugd dat intussen ruim 40 procent van de bevolking single is’, zegt Verberckmoes. ‘Alleenwonenden houden aan het einde van de maand weinig geld over en kiezen goedkopere meubels. Er zijn wel twintig redenen waarom het middensegment onder druk staat: huizen worden duurder en kleiner, mensen spenderen liever geld aan elektronica en reizen. Goedkoop winkelen is geen schande meer. Integendeel, als je iets tweedehands koopt, pak je daarmee uit!’’

Toch gaat het familiebedrijf door, dankzij neef Gunther. ‘Maar daarvoor moesten we wel afslanken, want we waren te groot’, zegt Verberckmoes senior. ‘Omdat we bovendien een mooi aanbod kregen, hebben we onze winkel in Riemst gesloten. Of er nog sluitingen volgen (er zijn nog vijf winkels, red.), is niet duidelijk.’

Met de nodige aanpassingen kunnen de Belgische familiebedrijven overleven, zegt Marc Verberckmoes. Ook andere familiale ondernemers gaan door, maar op een andere manier dan vroeger.

Weba: vierde winkel gepland

Dit najaar opent Meubelen Weba volgens plan een vierde vestiging in Riemst. Weba nam er het pand over van Meubelen Verberckmoes. ‘We kunnen er een succes van maken omdat ons aanbod van veeleer lowbudgetmeubelen beter op die plek past’, zegt Elias Couvreur, een kleinzoon van oprichter Raf Dewitte.

Bovendien denkt Weba er schaalvoordelen te kunnen uitspelen. ‘Die locatie trekt veel klanten uit Wallonië. En daar zitten we al, via onze winkel in Bergen. Wij hebben al een Franstalige webshop, folders en tv-clips.’

Dankzij zijn webwinkel – die mee de groei van de keten verklaart – heeft Weba ook al veel Limburgse klanten. ‘Er wordt vaak gezegd dat de familiale meubelketens niet mee zijn met digitalisering, maar niets is minder waar’, zegt Couvreur. ‘Al in 2013 hadden wij een webshop. Nog voor IKEA!’

Weba kon voluit de kaart van e-commerce trekken doordat het geen merkproducten verkoopt, maar zijn eigen merken. ‘Het zijn onze meubelen, waardoor we ze onbeperkt online kunnen aanbieden. Merkenmeubelen leggen meubelketens soms beperkingen op voor de onlineverkoop.’

Met zijn goedkope meubelen concurreert Weba rechtstreeks met IKEA en met Jysk. ‘Het zijn grote bedrijven, maar wij onderscheiden ons door onze kennis van de Belgische klant’, zegt Couvreur. ‘Niet iedereen houdt van de Scandinavische stijl. Ons gamma is ook breder dan bij de meeste goedkopere ketens. Wij bieden ook high-endproducten aan. De prijzen van zetels variëren bij ons van 700 tot 7.000 euro.’ De strategie legt Weba geen windeieren. De omzet van de winkels steeg van 77,5 miljoen euro in 2017 naar 98 miljoen in 2023.

Gova Meubelen: strategie met twee merken

Toen Yves en Sofie Govaerts rond 2018 het roer overnamen van de in 1963 door hun grootvader opgerichte meubelwinkel Gova in Lier, wisten ze dat ze weg moesten uit het middensegment. ‘Mensen winkelen goedkoper of net duurder’, zegt Yves Govaerts.

Broer en zus tekenden een plan uit. ‘Enkele jaren geleden hebben we op een boogscheut van Gova een nieuwe winkel van 10.000 vierkante meter geopend, met de naam Ygo’, zegt Govaerts. ‘Die verkoopt goedkope meubels van ons eigen merk, die mensen zelf moeten vervoeren en monteren. Bij Ygo verkopen we goedkopere meubelen, bij Gova evolueren we naar maatwerk.’

Tegelijk schuift Gova meer op naar boven. ‘De klanten van het middensegment willen meer dan vroeger. Daarom maken wij steeds meer meubelen op maat en gaan we ze – bij wijze van spreken – met witte handschoenen thuis installeren. Zo’n service kunnen ketens niet leveren, maar wij kunnen er ons mee onderscheiden’, zegt Govaerts. ‘Tegelijk waken we erover dat de prijs aantrekkelijk blijft, door zelf rechtstreeks in te kopen.’

Het bedrijf digitaliseert ook. ‘Ygo had van in het begin een webwinkel, die aan huis levert. Ook bij Gova liggen digitaliseringsplannen op tafel. Al moeten we nog bekijken hoe we die precies zullen uittekenen. Anders dan Ygo kan Gova zijn maatwerk niet puur online verkopen. Dit jaar moeten we knopen doorhakken.’

De tweemerkenstrategie is niet evident voor een familiebedrijf. ‘Maar mijn zus en ik kunnen dat perfect managen’, zegt Govaerts. ‘We doen alles samen, al focust zij meer op de financiële en de sociale kant en hou ik me meer bezig met de aankoop.’

Meubelen Moens: verschil maken met dienstverlening

De broers en zus Maarten, Lieven en Ilse Moens denken er niet aan om na zestig jaar te stoppen met hun familiebedrijf Meubelen Moens, gelegen langs de A12 in Londerzeel. ‘We doen het nog graag en willen nog jaren doorgaan’, zegt Maarten Moens. ‘Mijn broer, zus en ik werken zes dagen op de zeven in de zaak. We doen alles. Als de magazijnier ziek is, sta ik met mijn diploma economie in het magazijn.’

‘Elke meubelwinkel moet voor zichzelf uitmaken welke strategie hij nodig heeft, maar voor ons houdt het steek in het middensegment te blijven’, zegt Moens. ‘De vraag blijft overeind, ook omdat in onze regio veel spelers verdwenen zijn. Dat geeft ons ruimte.’

Al past het bedrijf zich aan. ‘We zijn gestopt met jeugdkamers, arbeidsintensieve producten met lage marges. Daarnaast proberen we het verschil te maken met dienstverlening’, zegt Moens. ‘Dat de zaakvoerders altijd aanwezig zijn in de winkel, maakt het contact met de klanten laagdrempelig. Belt een klant ons op zondag met een vraag, dan hoort hij geen bandje met de boodschap op maandag terug te bellen, maar dan nemen wij zelf op.’

Moens probeert ook nieuwe klanten te werven door die van verdwenen concurrenten te helpen. ‘We krijgen geregeld de vraag om meubelen te herstellen die mensen elders hebben gekocht. Vaak gaan we daarop in. Zo kunnen we het vertrouwen van die mensen winnen.’

De familie zette ook haar volledige aanbod online, inclusief de prijzen. ‘Een echte webwinkel hebben we nog niet. Dat is misschien een nadeel van het feit dat we veel zelf doen. Een webwinkel erbij zou te veel zijn. Al vinden we ook dat we vooral fysiek actief moeten blijven.’

Of over tien of twintig jaar de vierde generatie doorgaat met het familiebedrijf, is een open vraag. ‘Die keuze is aan hen’, zegt Moens. ‘Het is vandaag niet evident bijna de hele week beschikbaar te willen zijn voor je werk.’

Als de vierde generatie overneemt, is uitbreiding nodig. ‘Bij een generatieoverdracht moet de groei groter zijn dan de versnippering. Daar liepen enkele gestopte sectorgenoten op stuk. Als je een taart wil verdelen, moet ze groot genoeg zijn. Als de nieuwe generatie met één winkel wil doorgaan, wordt het moeilijk. Dan is een tweede winkel nodig.’

https://www.interieurunie.be

Deel:

Facebook
Twitter
Pinterest
LinkedIn